Het korte leven van Petertje

grasparkiet

Ik kreeg zowaar een echt huisdier. Helaas geen hond of kat, want dat gaf teveel gedoe volgens mijn moeder. Dus werd het een parkiet. Vooruit dan maar, alles beter dan niets. Mijn vader en ik trokken erop uit, op weg naar de dierenwinkel om zo’n diertje aan te schaffen. In de winkel kregen wij van de aardige dierenverkoper allerlei handige tips op parkieten-gebied. Zo leerden wij dat een parkiet met een beetje geluk wel 12 jaar oud kon worden! En ook dat je met een hoop geduld en liefde het beestje handtam kon maken en zelfs een paar woordjes kon aanleren.

Na het uitkiezen van de noodzakelijke vogelkooi, het juiste voer, een zak vogelzand en nog wat parkieten accessoires, was het moment aangebroken om een parkiet uit te zoeken. Het werd een blauwe grasparkiet. Op weg naar huis mocht ik van mijn vader een naam uitkiezen. Ik koos voor Petertje en mijn pa was het gelijk roerend met mij eens. Omdat ie zo klein en waarschijnlijk een ‘jongetjes’ parkiet was denk ik.

Petertje was al snel gewend bij ons. Hij kwebbelde er vanaf dag één vrolijk op los, bekeek zichzelf voortdurend in zijn spiegeltje en hij kon ondersteboven aan zijn stok hangen. Maar om het beestje handtam te krijgen, ontkwamen we er niet aan om op enig moment de kooi open te maken en dan je hand voor het deurtje te houden. En dan maar afwachten en hopen dat ie op je hand wilde gaan zitten. Toen dat moment een paar dagen later was aangebroken, zei mijn moeder, die het maar een slecht plan vond, tegen mijn pa: “Zou je dat nou wel doen Leen? Stel je voor dat hij wegvliegt en niet meer in zijn kooi wil?!”

Mijn vader hield echter stand, deed het deurtje open en hield zijn hand voor de opening. Maar Petertje maakte in eerste instantie maar bitter weinig aanstalten om uit zijn kooi te komen. Hij vertrouwde de boel nog niet helemaal. Na een tijdje nutteloos voor de kooi te hebben gestaan, vond mijn vader het welletjes. De lol was er af, en het was tijd om het strijdplan te wijzigen. “Laten we gewoon gaan zitten, dan komt-ie vanzelf wel uit zijn kooi”, zei hij brommend. En verdomd, die tactiek werkte! Petertje kroop voorzichtig uit zijn kooitje, ging er bovenop zitten, zichtbaar confuus van al de vrijheid.

Mijn vader, die inmiddels van puur chagrijn een borrel had ingeschonken, hield vanuit zijn stoel zijn hand uitnodigend omhoog. “Petertje, kom dan! Kom dan!”, riep hij. Maar onze parkiet was bepaald niet dom. Van een uitgestoken hand moest hij niets hebben, nee, hij vloog liever vrolijk heen en weer door de woonkamer. Soms even rustend op onze klok of op de schoorsteenmantel, dan weer hangend in de gordijnen. Maar hij bleef vooral ver uit de buurt van mijn vader.

Onderwijl werd de sfeer tussen mijn ouders met de minuut grimmiger. Mijn moeder constateerde dat Petertje bij iedere rustpauze (en dat waren er veel!) een vogelpoepje liet vallen. Mijn moeder: “Kijk nou eens Leen wat je hebt gedaan! Ik heb pas heel de kamer een beurt gegeven en nu schijt dat rotbeest alles onder! Hij gaat terug in z’n kooi en rap!”  Mijn vader dacht even na, koos eieren voor zijn geld en liep naar de keuken. Hij kwam terug met een paar theedoeken. “We gooien gewoon een theedoek over hem heen, jij van de ene kant en ik van de andere”, zei mijn vader strijdlustig.

Zo gezegd, zo gedaan, maar dat vangen ging bepaald niet vanzelf. Verre van dat. Want je kunt op je vingers natellen dat een geworpen theedoek per definitie langzamer is dan het reactievermogen van de gemiddelde parkiet. Maar na een half uurtje theedoek-werpen gaf Petertje zich dan toch gewonnen en werd gevangen. Ik denk uit pure vermoeidheid door alle ontstane commotie. Nog nahijgend werd het beest versuft in zijn kooi gestopt en het deurtje werd plechtig dicht gedaan. Het humeur van mijn ouders was er inmiddels niet beter op geworden. Mijn vader tegen niemand in het bijzonder: “Het is gewoon een vuile kutparkiet! Die komt niet meer los!” Mijn moeder begon gelijk woest de vogelpoep weg te poetsen, haar gezicht op oorlog.

Twee dagen later vond ik Petertje op de bodem van kooitje. Hij lag daar doodstil op zijn rug, de pootjes vredig omhoog. Geen vrolijk gekwetter meer, geen koppeltje duikelen, niks van dat alles. We hebben hem plechtig begraven. In een houten Hofnar-doosje dat naar sigaren stonk. Ik denk dat de jachtpartij met de theedoeken en al de negativiteit rondom zijn persoontje, Petertje uiteindelijk teveel is geworden. Of misschien was hij wel een bejaarde parkiet toen wij hem kochten, dat kan ook nog. We zullen het helaas nooit weten. Want als je een parkiet gaat kopen, zitten er geen geboortepapieren bij. R.I.P. Petertje.

Over leodejagerblog

Photographer, painter, musician, blogger
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Een reactie op Het korte leven van Petertje

  1. Nelleke zegt:

    Toen ik dit las begon er toch iets te dagen, volgens mij heb ik petertje ook nog wel gekend….en die communicatie tussen (voor mij ) opa en oma zie ik zo weer voor me.😊
    Heerlijk om te lezen Leo !

Dank voor uw reactie!

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.